Zet die ploat af!

14 oktober 2012, de dag van de lokale verkiezingen. Als een van de vele ‘newbies’ stond ik op de elfde plaats van de N-VA-lijst voor de gemeenteraad van Antwerpen. Ik stond op een strijdplaats en had intensief campagne gevoerd. Op de dag van de verkiezingen mag je geen campagne meer voeren, dus voor mij zou het een rustige zondag worden. ’s Morgens ging ik eerst zelf stemmen. Op de terugweg van het stembureau naar huis, zat er een verwaaide man op een trapje voor een gesloten café. Hij vroeg me een sigaret. Meestal weiger ik dat en versnel ik mijn pas, maar gelukkig voor hem was ik goed gezind. We raakten aan de praat en al vlug ging het over de verkiezingen. De arme man wist niet op wie hij moest stemmen (“Het zijn toch allemaal dikke zakkenvullers!”), waarop ik hem de raad gaf om voor mij te kiezen. Hij leek me oprecht enthousiast, dus gaf ik hem een verfrommeld foldertje dat nog in mijn handtas zat. Ik vraag me tot op vandaag nog af of hij één van de 1268 mensen was die hun stem aan mij hebben gegeven.

Na een rustig dagje ging ik ’s avonds naar de Zuiderkroon. Daar zouden alle kandidaten en sympathisanten de verkiezingsuitslagen volgen. Naarmate de avond vorderde en er meer uitslagen binnenkwamen, begon ik steeds zenuwachtiger worden. Tot dan waren de verkiezingen een zot avontuur geweest, maar plots begon het heel concreet en echt te worden: ik zou in de gemeenteraad gaan zetelen! Aangezien ik in Borgerhout woon, volgde ik ook die uitslagen op de voet. In het begin zag het er fantastisch uit: we haalden 43%! We zakten echter verder weg en strandden op 25%. Dat was een kleine domper op de feestvreugde, maar alles was nog mogelijk.

19u00, tijd voor de kopstukken om live te gaan. Bart De Wever zou zijn overwinningstoespraak houden en ik mocht hem daarna de bloemen overhandigen. Ik stond met een gigantische ruiker achter de coulissen aandachtig te luisteren naar wat er op het podium gebeurde. Behalve een gigantische kudde journalisten, zag ik amper iets. Ik hoorde gestommel, muziek en een lichtjes geïrriteerde Bart. “Zet die ploat af!” Wat volgde was een bevlogen speech, onderbroken door applaus en gejuich vanuit de volle zaal. Na de bloemen en de kussen stapten we, omgeven door journalisten en camera’s, met de verkozenen voor de gemeenteraad naar het stadhuis. Onderweg juichten mensen ons toe, mensen die ik van haar noch pluim kende, gaven me schouderklopjes en schudden me de hand. De vreugde van de anderen rondom mij, de ontlading na een afmattende campagneperiode, de aandacht, de schijnwerpers, het maakte me dronken van geluk. Bij het stadhuis was het een drukte vanjewelste: iedereen wilde naar binnen en stond te drummen. Aangezien ik daar niet zo van hou, hield ik me wat afzijdig. “De verkozenen van de gemeenteraad mogen mee binnen!” riep Bart. Daar stond ik dan, op het ‘Schoon Verdiep’, ik bekeek de drukte vanop een afstand. De kopstukken op het balkon, de rest lachend en pratend met een glaasje in de hand. Zowat iedereen was aan het sms’en en bellen. Plots voelde ik me heel alleen. Naar wie moest ik bellen? Waar was ik aan begonnen? Zou ik dat wel kunnen, in de gemeenteraad zitten? Ondanks alle lachende gezichten, bekroop me een kil gevoel van twijfel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *