Borgerocco* (4)

Zaterdagmiddag, mijn gsm rinkelt. Een journalist met de vraag of hij iets mag schrijven over mijn blog. Uiteraard, fijn dat de pers mijn blog ook leest. “Of ik mijn vorige blogpost over hoe vrouwen vaak worden behandeld in de Borgerhoutse straten, kan staven met cijfers?”, wil de sympathieke man weten. Ik moest hem teleurstellen. In deze blog heb ik het enkel over mijn persoonlijke ervaring. Maar als ik de vele reacties van andere vrouwen lees, weet ik wel dat ik er zeker niet alleen mee zit. Sommige zaken hoef je niet in cijfers te gieten.

Ik kon hem bijvoorbeeld ook niet met wetenschappelijke precisie vertellen of ik de laatste tijd meer word lastiggevallen dan een paar jaar geleden. Ik houd daarvan geen statistieken bij. In mijn beleving gebeurt het wel steeds vaker, maar met vlagen. Er zijn rustige en heftige periodes, die losstaan van de seizoenen en dus ook van mijn outfit. Ook kan ik geen ‘profiel’ schetsen van de mannen die het meest enthousiast zijn over mijn jurkjes en winterjassen. Net als alles in Borgerhout, zijn zij heel divers. De journalist opperde daarbij dat steeds meer moslima’s een hoofddoek dragen. Als dat laatste klopt, is het inderdaad verleidelijk om een verband te zien. Als moslima moet het nog moeilijker zijn om niet toe te geven aan de druk van mensen die je uitschelden voor ‘slet’. Intriest is dat. Maar opmerkingen van die aard laten niemand onberoerd. Ik herinner me nog goed hoe ik enkele jaren geleden in het Rivierenhof wilde gaan joggen. Aangezien ik een hekel heb aan sporten met een lange broek, fietste ik in een shortje naar het park. Onderweg werd ik vooral door vrouwen nageroepen. Dat het een schande was dat ik er zo bijliep en dat ze niet wilden dat hun zonen mijn blote benen zagen. De volgende keren trok ik dan op de fiets maar een lange broek over mijn loopshortje aan. Het gevolg was dat ik als een dronken reiger mijn broek over mijn modderige schoenen stond te trekken. Als braaf meisje uit Turnhout, wil ik me aanpassen en doen wat ik kan om niet lastiggevallen te worden.

Maar misschien ben ik gewoon overgevoelig voor de verwijten en opmerkingen. Ligt het aan mezelf? Een vrouwelijke reporter van Gazet van Antwerpen, was in het donker naar de Turnhoutsebaan getrokken voor een test à la ‘femme de la rue’. Na nog geen half uur werd ze al nagefloten. Uiteindelijk noteerde ze op twee uur tijd vijf opmerkingen of geluiden. Maar, concludeert ze dapper, dat is ‘geen reden om me geïntimideerd te voelen.’ Het voelt toch een beetje als een natte dweil in mijn gezicht. Ben ik dan gewoon een seutje dat niet flauw moet doen?

Moet ik gewoon van me afbijten of ermee leren leven? Eerlijk? Dat wil ik niet. In de reacties die ik kreeg na de publicatie van het artikel, kreeg ik veel steun. Vooral van vrouwen. “Eindelijk durft eens iemand te zeggen wat iedereen wel weet”, schreef iemand me. Alsof ik een heldin ben. Fijn voor het ego, maar zo voel ik me helemaal niet.

Er waren ook andere reacties. ‘Als Marrokanen (sic) je lastig vallen (sic) in Borgerhout is dat omdat ze beginnen te beseffen wat de agenda van jouw partij is.’ Het gleed van me af als water van een eendenrug. Ik schreef bewust nergens dat het exclusief Marokkanen zijn die mij lastigvallen. Dat zou ook ronduit gelogen zijn. Het zijn evengoed Afrikanen, Oost-Europeanen en de Swa, zestiende generatie Seefhoek. Het zou me te ver leiden om alle origines op te sommen en dat is bovendien niet relevant. Nogmaals, harde cijfers heb ik niet.

De stelling dat mannen mij lastigvallen omwille van mijn politieke overtuiging, is ergens nog wel flatterend. Dat impliceert immers dat de roepende en spugende mannen allemaal op de hoogte zijn van mijn mandaat van gemeenteraadslid en weten welke partij ik vertegenwoordig. Mits een kleine attitudewissel zou ik ze zelfs in mijn campagneteam kunnen inschakelen.

Het naroepen van vrouwen kadert volgens mij in een algemeen gebrek aan respect voor vrouwen. Door mannen én door vrouwen. Vooral over dat laatste maak ik me zorgen. Hoe kunnen jongetjes ooit respect krijgen voor meisjes als hun moeder niet eens respect opbrengt voor vrouwen. Inclusief zichzelf.

“Eigenlijk is het gek dat we dit soort debatten nog voeren in 2015”, bedenk ik me. Maar het moet. Ik wil me niet verbergen. Niet in mijn blikken en niet in textiel. Mag het zo simpel zijn? Eigenlijk wil ik gewoon… ik zijn. En ik wens jou hetzelfde.

* In 1998 schreef Hugo Claus het libretto voor een tot op heden niet opgevoerde opera, “Borgerocco, of De dood in Borgerhout”. Het is een recente bewerking van Medea. Jan trouwt met Fadoea, maar uit wraak op haar overspelige man, vergiftigt Fadoea haar kinderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *