Borgerocco* (3)

Na mijn studie verhuisde ik van het uit de kluiten gewassen dorp Turnhout naar het exotische dorp Borgerhout. Turnhoutse vrienden die me vroegen waar ik woonde, reageerden vaak met ‘Oei’ of ‘Valt dat een beetje mee?’ Ik begrijp de vraag maar al te goed, Borgerhout heeft geen al te best imago en heeft dat bij mij ook lang niet gehad. Steevast antwoordde ik met ‘Ja, hoor, het is helemaal niet zo erg als je denkt.’

En dat is helemaal niet gelogen, Borgerhout heeft heel veel positieve kanten. Zoals ik eerder al schreef, vind ik het heel handig dat ik op eender welk moment van de dag of de nacht nog langs de nachtwinkel kan gaan of dürüm kan eten. Alles is vlot bereikbaar met de fiets en het openbaar vervoer en als ik wat verder moet, kan ik relatief gemakkelijk met de wagen de autosnelweg op. Maar nog belangrijker dan al die praktische voordelen, vind ik het wereldse karakter van mijn buurt. Oké, ik heb geen groene leefomgeving en geen tuin, maar ik weet wel dat een hoofddoek perfect is om handsfree te bellen en dat een Afrikaanse begrafenis een groot feest is. Borgerhout is de wereld in een dorp in de stad. In mijn vorige tekst schreef ik al dat ik met een open blik in Borgerhout ben gaan wonen. Volgens mij mag iedereen geloven wat hij wil en zich kleden zoals hij wil; daarvan was ik zeven jaar geleden overtuigd en dat ben ik nog steeds. Toch hangt er soms een donkere wolk boven Borgerhout. Het is een vieze, stinkende, verstikkende wolk. Ze hangt winter en zomer boven de buurt en weerhoudt me er soms zelfs van om alleen naar buiten te gaan. Het gaat me niet om de slechte luchtkwaliteit, maar wel om hoe sommige mannen (en soms ook vrouwen) me behandelen. Ik krijg regelmatig vuile woorden, speeksel en stenen naar mijn hoofd geslingerd en ik merk dat ik me daaraan aanpas. Ik kijk weg als ik mannen passeer op straat, wat ik eigenlijk heel onbeleefd vind. Stel dat ik mijn buurman passeer en geen goeiedag zeg omdat ik hem niet gezien heb? Als het in de zomer echt warm is, draag ik al eens graag een kleedje. Ik scheer mijn benen, lak mijn nagels en kies iets luchtigs uit in mijn kleerkast. Ja, ik ben fier op mijn lijf en dat zijn de momenten waarop het echt fijn is om een vrouw te zijn. Achter de hoek is een gezellig cafétje, waar ik in de zomer – bij gebrek aan eigen tuin – graag van de zon zit te genieten. Zoals dat wel eens gaat op café, geraken mijn sigaretten op. Geen nood, op de Turnhoutsebaan zijn winkels genoeg. Maar daar hangt dan plots die donkere wolk weer. Soms zijn het blikken, soms veel erger. ‘Hé meisje, zoenen?’ Ik loop door. ‘Hé, mooi meisje!’ ‘Dank je,’ ik probeer het als een compliment te zien. ‘Hé meisje, ik ga mijn piet in je kut steken!’ Gelach. Ik loop door. Hoewel het dertig graden is, heb ik het ijskoud. Had ik maar een vestje aangetrokken. Dat doe ik dus de laatste tijd, ik doe iets met lange mouwen aan of ik wacht tot iemand anders om sigaretten gaat. Maar dit strookt helemaal niet met mijn idee van ‘vrijheid, blijheid’ waarmee ik in Borgerhout ben komen wonen. Ik vind dat iedereen zich moet kunnen kleden zoals hij wil, maar toch laat ik mijn gedrag beïnvloeden door een paar macho’s. En wat het helemaal belachelijk maakt, is dat dat niets uithaalt. Zelfs als ik in de winter, met een dikke jas, sjaal en muts over de straat loop, word ik lastiggevallen. Ik weet niet of ik die mannen nu juist moet negeren of iets terugzeggen, niets lijkt het gewenste resultaat te hebben. Maar ik weiger me erbij neer te leggen, er begrip voor op te brengen of het normaal te vinden. Ik blijf dromen van een Borgerhout zonder die verstikkende wolk.

Maar laat ik met een positieve noot eindigen. Ik was een paar maanden geleden enorm gecharmeerd toen ik over het Krugerplein liep. Ik zag en hoorde het vaste groepje Marokkaanse jongens al van ver staan. Terwijl ik hen passeerde, hoorde ik ‘Hé, meisje!’ roepen. Gepikeerd draaide ik me om, ‘Wat nu weer?’ schoot meteen door mijn hoofd. Ik zag dat het Mohamed, de stoerste van de hoop, was die me had nageroepen. ‘De volgende keer stem ik op u en niet op die Bart De Wever!’ daverde zijn stem over het hele plein. Even dacht ik dat hij een grapje maakte, maar aan zijn gezicht en het instemmend geknik van zijn maten zag ik dat hij het wel degelijk meende. Kijk, dat doet deugd: de mannen van de buurt die mij beter vinden dan Bart De Wever. Wat kan een vrouw zich nog meer wensen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *